verlaat site!
wis bezoek
taal

A.

Aansprakelijkheidsverzekering: Bij een aansprakelijkheidsverzekering ben je verzekerd voor als je iets kapot maakt van iemand anders.

Aansprakelijkheidsverzekering voor motorvoertuigen: Als je een auto of motor hebt is deze verzekering verplicht. Als je bijvoorbeeld door een ongeluk schade veroorzaakt bij een ander voertuig, betaalt de verzekering de schade van de andere auto. 

Aanvullende zorgverzekering: Een verzekering voor zorg die niet in de basisverzekering zit. Bijvoorbeeld voor brillen of lenzen. Of voor meer fysiotherapie dan het basispakket vergoedt. Een aanvullende verzekering is niet verplicht.

Administratie: Het verzamelen van je financiële gegevens. Inzicht in je geldzaken begint bij je administratie. Mensen met een geordende administratie hebben minder vaak betalingsachterstanden en schulden.

Annuleringsverzekering: Betaalt (een deel van) de kosten terug wanneer je reis niet door kan gaan door een ernstige gebeurtenis, zoals een ongeval, ziekte of overlijden van jezelf of een familielid.

Antivirusprogramma: Programma dat virussen op de computer herkent, opspoort en deze verwijdert of onschadelijk maakt.

Automatisch Incasso: Bij een automatische incasso geef je een organisatie toestemming om eenmalig of regelmatig (bijv. elke maand) een afschrijving te doen. Bijvoorbeeld een telefoonabonnement.  Handig als je vaste, terugkerende uitgaven hebt.

B.

Bankrekening: Een bankrekening is een rekening waar je geld wordt bewaard. Je kunt het geld op je bankrekening alleen niet zien, zoals in je spaarpot. De bank beheert jouw geld op de bankrekening. Je kunt altijd geld op je rekening zetten of het er vanaf halen. Een bankrekening is veilig.

Basiszorgverzekering: De basisverzekering is een verplichte zorgverzekering voor Nederlanders. Deze verzekering dekt standaardzorg en betaalt medische kosten. Bijvoorbeeld een bezoek aan de huisarts, medicijnen en ziekenhuisopname.

Begroting: Een begroting is een overzicht van je inkomsten en uitgaven. Het geeft duidelijkheid over hoe je je geld kunt besteden en hoe je balans krijgt of houdt in je geldzaken. Een begroting is altijd persoonlijk. Iedereen maakt andere keuzes en heeft andere wensen.

Beperkte gemeenschap van goederen: Ben je op of na 1 januari 2018 getrouwd of heb je trouwplannen? Als je niets regelt dan trouw je in beperkte gemeenschap van goederen. Dat betekent dat alles wat je tijdens het huwelijk met je partner opbouwt bij een scheiding gelijk wordt verdeeld. Bezittingen en schulden van vóór het huwelijk blijven privé en worden dus ook niet verdeeld tussen de partners.

Besparen: Minder geld uitgeven of minder verbruiken.

Betaalrekening: Met een betaalrekening kun je betalingen doen. Dit zijn betalingen naar andere rekeningen van jezelf (zoals naar je spaarrekening) of naar andere bankrekeningen. Op je betaalrekening ontvang je als je werkt je loon. De standaard betalingen die je doet vanaf je betaalrekening zijn bijvoorbeeld de huur, hypotheek, gas, water en andere vaste uitgaven.

Betalingsregeling: Bij een betalingsregeling spreek je af wanneer je het openstaande bedrag in delen betaald en de schuld is afgelost. Je kunt dit alleen afspreken met de organisatie of persoon waar je schulden hebt. Een schuldeiser is niet verplicht een betalingsregeling te treffen.

Bezittingen: Wat van jou is. Waar je eigenaar van bent.

Bijbaan: Betaald werk dat je naast ander activiteiten doet. Bijvoorbeeld naast je school in de weekenden.

Bijstandsuitkering: Als je geen of een te laag inkomen hebt om van te leven, kan je een aanvraag doen voor een bijstandsuitkering. Dit is een uitkering waarmee noodzakelijke kosten worden betaald. Bijvoorbeeld eten en drinken, huur, gas, water en licht en de ziektekostenverzekering. Je kunt het aanvragen via de gemeente.

BKR: De meeste leningen worden opgeslagen bij BKR (Bureau Krediet Registratie). Banken en andere organisaties die leningen aanbieden kunnen bij BKR controleren of je andere leningen of schulden hebt.

Blijf-van-mijn-lijfhuis: Opvanghuizen voor slachtoffers van huiselijk geweld in Nederland.

Bruidsschat: Een gift dat een meisje of bruid meekrijgt als ze gaat trouwen. De hoogte van de bruidsschat wordt bepaald tussen de twee families. 

C.

Contactloos betalen: Je kunt betalingen doen zonder de pincode in te voeren. Dit kan tot een bepaald bedrag. Je kan zelf instellen tot welk bedrag.

Contract: In een contract staan afspraken waar partijen zich aan moeten houden. Alle partijen moeten er hun handtekening onder zetten. Vaak gaan contracten over het leveren van goederen of diensten. Wie ergens gaat werken moet een contract ondertekenen.

Convenant basisrekening: Zorgt ervoor dat mensen in de samenleving die om wat voor reden dan ook geen betaalrekening hebben, dat alsnog krijgen. Dus ook daklozen, asielzoeker en mensen met schulden.

Creditcard: Een creditcard is een pas waarmee aankopen kunnen worden gedaan waarbij de gebruiker achteraf moet betalen.

Curriculum vitae (cv): In een curriculum vitae schrijf je op welke opleidingen je hebt gevolgd en je werkervaring. Bij sollicitaties wordt het cv meegezonden met de sollicitatiebrief.

D.

Diefstalverzekering: Een diefstalverzekering is een verzekering van een object. Bijvoorbeeld telefoon, fiets, auto. Als het object wat je hebt verzekerd wordt gestolen, krijg je een schadevergoeding.

DigiD: Een soort paspoort, maar dan digitaal. Met je DigiD laat je zien wie je bent als je op internet iets bij een overheidsorganisatie wilt regelen. Bijvoorbeeld bij de Belastingdienst, het onderwijs of de zorg. Je bent niet verplicht om een DigiD aan te vragen. Het is wel erg handig, omdat steeds meer overheidsorganisaties via DigiD brieven versturen.

E.

Echtscheidingsconvenant: Een document waarin alle afspraken staan rondom je scheiding. Hierin staan bijvoorbeeld hoe alle bezittingen worden verdeeld. Wie het huis krijgt, wat er gebeurt met de spullen thuis, enzovoort. Ook nemen partijen de afspraken over partneralimentatie en kinderalimentatie op in het convenant.

Eigen risico: Bij sommige zorgverzekeringen moet je, als je kosten hebt gemaakt, toch eerst een deel zelf betalen. Dat is het eigen risico.

F.

Financieel onafhankelijk: Een persoon die voor zichzelf kan zorgen en niet het inkomen van anderen nodig heeft om rond te komen.

G.

Gemeenschap van goederen: Ben je vóór 1 januari 2018 getrouwd? Heb je niets geregeld bij de notaris. Dan ben je in gemeenschap van goederen getrouwd. De bezittingen van jou en je partner (zoals huis, auto of bedrijf) en schulden van voor en tijdens het huwelijk zijn van jullie samen. Gaan jullie scheiden? Dan moeten jullie alle bezittingen en schulden door de helft delen.

Geregistreerd partnerschap: Een samenlevingsvorm, net als het burgerlijk huwelijk. Het is bedoeld voor mensen die hun relatie officieel willen maken zonder te trouwen. Bij een geregistreerd partnerschap hoef je niet naar de rechter als jullie uit elkaar willen. Dat moet wel als je getrouwd bent.

H.

Handtekening: Een handtekening is een met de hand geschreven krabbel op een brief of document. Je zet ergens een handtekening onder als je het eens bent met de inhoud en ermee akkoord gaat. De digitale handtekening is de elektronische variant van de handgeschreven handtekening.

Huishoudboekje: In een huishoudboekje kun je bijhouden hoeveel geld je maandelijks binnenkrijgt en hoeveel geld er uitgaat.

Huurtoeslag: Sommige mensen met een lager inkomen die een hoge huur hebben, kunnen huurtoeslag aanvragen bij de Belastingdienst.

Huwelijkse voorwaarden: Willen jij en je partner wanneer jullie gaan trouwen zelf bepalen wat je wel en niet samen deelt? Dat leg je vast met huwelijkse voorwaarden bij de notaris. De huwelijkse voorwaarden is er om het vermogen tussen partijen te regelen, maar kan ook helpen om je te beschermen tegen de schulden van je partner. Bezittingen die tijdens je huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstaan, kunnen zo toch van jou blijven. Bijvoorbeeld je spaargeld, een waardevolle kunstcollectie, je bruidsschat. Je kunt tussentijds jullie huwelijkse voorwaarden aanpassen

Hypotheek: Een lening om een huis te kopen.

I.

iDEAL: Hiermee kun je aankopen op internet betalen. De betaling loopt direct online via internetbankieren. Als je betaalt via iDEAL, geef je aan bij welke bank je zit. Daarna wordt een verbinding met de site van jouw bank gemaakt en kun je betalen.

Inboedelverzekering: Bij een inboedelverzekering ben je verzekerd tegen inbraak en schade door bijvoorbeeld brand.

Incassobureau: Als jij heel lang een rekening niet betaalt, huurt het bedrijf waar jij de rekening van moet betalen, een incassobureau in. Het incassobureau moet ervoor zorgen dat jij alsnog de rekening gaat betalen. De kosten van het werk dat het incassobureau doet, moet jij betalen. Dit komt bovenop de schuld die er al is.

Incognito modus: Als je niet wilt dat een browser bijhoudt welke websitepagina’s je bezoekt, open je het incognito modus. Dat is een soort geheime modus. Zo kun je websites bezoeken zonder dat je surfgedrag wordt bijgehouden door de browser. Maar je bent niet helemaal anoniem. De browser bewaart niet de pagina’s die je hebt bezocht, maar je internetserviceprovider of werkgever kan toch volgen welke pagina's je bezoekt.

Inkomsten: Geld dat je krijgt met werken of door een uitkering.

Internetbankieren: Je betalingen en andere bankzaken regelen via internet.

IOW-uitkering: IOW staat voor Inkomensvoorziening Oudere Werklozen en is een tijdelijke uitkering op bijstandsniveau na afloop van het recht op werkloosheidsuitkering (WW).

J.

Juridisch loket: Een plek waar je terecht kunt voor gratis advies over je rechten en plichten. Zij kunnen je ook doorverwijzen naar een geschikt advocaat.

K.

Kinderalimentatie: Vaak wonen kinderen na een scheiding voornamelijk bij één van de ouders. De niet-verzorgende ouder is verplicht om financieel voor de kinderen te blijven zorgen. De hoogte van de kinderalimentatie hangt af van het inkomen van de ouder die moet betalen.

Kinderbijslag: Met de kinderbijslag betaalt de overheid mee aan de kosten die horen bij de opvoeding van een kind.

Kinderopvangtoeslag: Een regeling van de overheid en je werkgever. Zij ondersteunen de kosten van de kinderopvang. De kinderopvangtoeslag is hoger bij een laag inkomen. De toeslag kan bij de Belastingdienst worden aangevraagd.

Kindgebonden budget: Een geldbedrag dat je krijgt voor je kinderen tot 18 jaar. Dit krijg je naast kinderbijslag.

Kluis: Een kluis wordt gebruikt om belangrijke geld, sieraden, belangrijke papieren, digitale gegevens en andere zaken te beschermen tegen brand en diefstal.

Kopen op afbetaling: Als je koopt op afbetaling ben je direct eigenaar van wat je hebt gekocht. Je betaalt de koopprijs alleen niet in een keer, maar in meerdere keren. Je betaalt ook rente. Dus uiteindelijk ben je duurder uit.

L.

Legitimatiebewijs: Bewijs dat je bent, wie je zegt te zijn. Dat kan bijvoorbeeld met een rijbewijs of paspoort.

Lening: Geldbedrag dat een partij of persoon aan een ander partij of persoon geeft. Het geleende bedrag moet in meerdere keren terugbetaald worden met rente erbovenop.

Loonstrookje: Een document waarop je maandsalaris met alle inhoudingen en vergoedingen staan geschreven.

M.

Mediation: Een mediator is een onafhankelijke deskundige persoon die partners die willen scheiden helpt om in gesprek te gaan en samen tot goede afspraken te komen.

N.

Notaris: Een notaris helpt mensen om tot rechtsgeldige en bindende afspraken te komen. Bijvoorbeeld over de koop of verkoop van je huis, het opstellen van huwelijkse voorwaarden of zaken rond je onderneming.

O.

Onderhoudsplicht: De wettelijke plicht voor partners om elkaar en de kinderen financieel te onderhouden. 

Onverwachte kosten: Kosten waar je niet op had gerekend. Bijvoorbeeld je auto gaat stuk, je wasmachine werkt niet meer.

Open sollicitatie: Bij een open sollicitatie reageer je niet op een vacature en je weet ook niet of het bedrijf op zoek is naar personeel. Je maakt met een open sollicitatie duidelijk dat je graag bij ze wil werken. 

Ouderschapsplan: In het ouderschapsplan staan alle afspraken over de kinderen. Bijvoorbeeld bij wie de kinderen gaan wonen na de scheiding. Hoeveel kinderalimentatie er betaald moet worden. Hoe de andere partner in contact blijft met de kinderen en op welke dagen de andere partner de kinderen ziet of bij zich heeft. Met een goed en compleet ouderschapsplan voorkom je problemen in de toekomst.

Overzicht bezittingen, vermogen en schulden: Om te kunnen aantonen dat bepaalde bezittingen je persoonlijk eigendom zijn (bijvoorbeeld bij een echtscheiding, overlijden, of schulden), kun je het opnemen in het overzicht bezittingen en schulden als je gaat trouwen.

P.

Partneralimentatie: Na een scheiding kan je financiële problemen krijgen, doordat je minder inkomsten hebt. In Nederland bestaat daarom het recht op partneralimentatie. De persoon, vaak de vrouw, die minder of geen geld verdient, krijgt maandelijks een geldbedrag van de ex-partner. Dit zorgt ervoor dat de vrouw net zoveel geld heeft en kan uitgeven als tijdens het huwelijk. De partneralimentatie kan aangepast worden als de partner meer of juist minder gaat verdienen.  

Pinpas: Een betaalkaart van kunststof waarmee je kunt betalen bij een betaalautomaat en geld kan opnemen bij een bankautomaat.  

Polis: Het contract met de verzekeringsmaatschappij noem je de polis.

Premie: Een verzekering is een afspraak met een verzekeringsmaatschappij. Jij betaalt per maand of per jaar een vast bedrag. Dat is de premie.

R.

Rechtsbijstandverzekering: Een verzekering die hulp en advies geeft bij juridische problemen. Bijvoorbeeld als je wordt ontslagen, omdat het bedrijf waar je werkt gaat reorganiseren. Of als je er niet uitkomt met de tegenpartij bij een ongeluk in het verkeer. Dan is het fijn als iemand je helpt die weet wat jouw rechten en plichten zijn.

Rechtswinkel: Je kunt naar een rechtswinkel voor alle juridische vragen. Bij het rechtswinkel werken rechtenstudenten. Zij geven gratis advies en verwijzen je door naar een geschikte advocaat als dat nodig is.

Reisverzekering: Met een reisverzekering ben je verzekerd voor materiële schade zoals je bagage en persoonlijke schade zoals ziekte en/of ongeval (letselschade) die je in je vakantie of tijdens je reis kunt oplopen.

Rente: Bij veel leningen betaal je rente. Dat is extra geld dat je betaalt naast het geleende bedrag. Je moet dus betalen voor het lenen.

Reserveringsuitgaven: Het geld dat je bijvoorbeeld opzij zet voor meubels, apparatuur of een vakantie. 

Rood staan: Als je rood staat, heb je meer geld van je rekening gehaald dan wat erop stond. Zo kun je toch pinnen en je rekeningen betalen. Rood staan kost geld, omdat je rente moet betalen. Het is per bank verschillend hoeveel rood je mag staan en hoeveel rente je moet betalen. 

S.

Salaris: Geld dat je van een werkgever krijgt voor het werk dat je doet.

Samenlevingscontract: Een contract tussen twee mensen waarin zij hun afspraken over het samenwonen vastleggen.

Schulden: Schulden ontstaan als je niet op tijd betaalt of als je geld uitgeeft dat je eigenlijk niet zelf hebt.

Schuldhulpverlening: Iedere gemeente biedt gratis schuldhulp aan inwoners. Hoe eerder je hulp zoekt, hoe kleiner de kans dat achterstanden en boetes opstapelen. Vraag bij de gemeente om schuldhulpverlening.  

Sollicitatiebrief: Brief die je schrijft om te solliciteren naar een baan.

Solliciteren: Aan een werkgever laten weten dat je een bepaalde baan wilt hebben. Dit kan met een sollicitatiebrief en curriculum vitae (cv).

Spaarrekening: Als je vaak geld op je betaalrekening hebt staan of als dit bedrag langzaam oploopt is het slimmer om een spaarrekening erbij te openen. Geld dat je op een spaarrekening zet levert je meer op. Je krijgt namelijk altijd een hogere rente dan op een standaard bankrekening.

Sparen: Geld niet uitgeven en bewaren voor later.

T.

Tegemoetkomingen: Hulp in de vorm van geld.

Toeslagen: Heb je een zorgverzekering, een huurhuis of kinderen? Dan kun je misschien een vergoeding (geldbedrag) krijgen. Dit heet ook wel een toeslag.

Toeslagpartner: De persoon waarmee je toeslag aanvraagt, bijvoorbeeld je partner.

Tweestapsverificatie: Wanneer je je wachtwoord invoert en inlogt krijg je bijvoorbeeld een sms op je telefoonnummer met een code die alleen op jouw telefoon staat.

U.

Uitgaven: Geld dat je uitgeeft.

Uitkering: Een bedrag dat iemand ontvangt van de overheid om ‘rond te kunnen komen’ of om een bepaalde schade te dekken. Het ontvangen van een uitkering is een recht.

Uitvaartverzekering: Een uitvaartverzekering is een verzekering voor de kosten van de begrafenis of crematie. Bij het overlijden van de verzekerde wordt een geldbedrag uitgekeerd aan de nabestaanden waarmee zij de uitvaart kunnen betalen.

Uitzendbureau: Bedrijf dat werkkrachten voor tijdelijk werk uitzendt naar bedrijven. 

UWV: UWV staat voor Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Zij zorgen voor de werknemersverzekeringen, zoals de WW, WIA, WAO, WAZ, WAZO en Ziektewet.

V.

Vacature: Een baan waar iemand voor gezocht wordt.

Vaste uitgaven: Een huishouden heeft allerlei vaste uitgaven. Bijvoorbeeld huur, boodschappen, energie, abonnementen en verzekeringen.

Verzekering: Een verzekering is een afspraak met een verzekeringsmaatschappij. Jij betaalt per maand of per jaar een vast bedrag. Je verzekert je voor kosten die je niet zelf kunt betalen als er iets mis gaat. Bij brand bijvoorbeeld kunnen je spullen onbruikbaar worden. Als je een verzekering hebt afgesloten, betaalt de verzekering (een deel van) je schade.

Verzekeringsmaatschappij: Een bedrijf dat verzekeringen aanbiedt. 

Vrijwilligerswerk: Werk dat je onbetaald en onverplicht doet, voor anderen of voor de samenleving.

W.

Wachtwoord: Geheim woord dat, wanneer het wordt ingetoetst, toegang geeft tot bepaalde gegevens in een computer.

Wachtwoordmanager: Een digitale kluis. In die kluis kun je je sterke wachtwoorden bewaren. Je kunt in het kluisje komen met een ‘sleutel’. Dat is het enige wachtwoord dat je hoeft te onthouden.

Webbrowser: Een programma om internetpagina’s te bekijken.

Werkloosheidsuitkering: Een uitkering door een overheidsinstelling aan een werknemer die buiten zijn of haar schuld werkloos wordt.

Z.

Zakgeld: Een vast bedrag dat sommige kinderen iedere week of maand krijgen van hun ouders en/of verzorgers. Zakgeld is voor je kind een goede manier om te oefenen met geld voor later. Je kind leert met zakgeld, dat je soms keuzes moet maken en voor grotere uitgaven moet sparen.

Zorgtoeslag: Om te zorgen dat iedereen zijn zorgverzekering kan betalen is er zorgtoeslag voor mensen met een laag inkomen. De hoogte van de zorgtoeslag hang van het inkomen af. Wie een laag inkomen heeft, krijgt meer zorgtoeslag. Deze toeslag kan bij de Belastingdienst aangevraagd worden.

Deel, mail of print deze pagina
Facebook icon Twitter icon LinkedIn Icon E-mail icon WhatsApp Icon Print Icon