Geldtransfer naar herkomstland:
Allereerst: het is jouw geld, dus jij bepaalt wat ermee gebeurt. Je moet voor jezelf en je gezin kunnen zorgen, dan pas kun je anderen helpen. Geef dus alleen geld weg als je dat ook kan missen.
Om te weten wat je kunt missen, is het belangrijk om te weten hoeveel geld er bij je binnenkomt en wat er weer uitgaat. Maak dus een overzicht van je inkomsten en uitgaven. Zodat je weet of je wat kunt missen en zo ja, hoeveel? . Bij veel banken kun je gratis spaarpotjes of spaarrekeningen aanmaken. Bijvoorbeeld eentje die je ''Geschenken''noemt dan weet je precies hoeveel geld je uit kan geven. Ga niet iedereen vertellen dat je die spaarpotjes hebt. Anders worden de verwachtingen nog hoger, want dan zeggen mensen: Oh, je hebt geld gespaard om te helpen? Nou, kom maar op dan!
Geldstress:
De bijstand is een uiterste redmiddel als je echt nergens anders recht op hebt, bijvoorbeeld een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Als je nog nooit eerder in Nederland gewerkt hebt, heb je daar geen rechten voor opgebouwd, dus is bijstand de enige mogelijkheid voor jou.
Doordat de bijstand een allerlaatste middel is, zijn er strenge regels. De gemeente wil dat je er zo kort mogelijk gebruik van maakt, dus je bent verplicht om werk te zoeken – al zijn daarop uitzonderingen, bijvoorbeeld als je ernstig ziek bent of moet zorgen voor een kind dan jonger is dan 5 jaar. Daar moet je wel toestemming voor krijgen. Je moet ook allerlei informatie doorgeven, bijvoorbeeld als je van familie af en toe geld krijgt. Want dan vindt de gemeente dat zij dat deel niet meer aan je hoeven te betalen. En als je naar het buitenland gaat, moet je dat ook doorgeven, want het mag er niet voor zorgen dat je daardoor geen werk kunt vinden. Je mag dus ook niet langer dan 28 dagen per jaar weg. Zo zijn er nog allerlei andere regels en als je je er niet aan houdt, moet je misschien geld terugbetalen of kun je zelfs een boete krijgen. Zorg dus dat je precies weet aan welke regels je moet houden!
Feesten:
Niet elk cadeau geld hoeft te zijn. Misschien kun je spullen voor in huis geven, kleding of iets dat je zelf hebt gemaakt. Als je een briefje van 50 euro geeft, dan is heel goed te zien hoeveel geld je geeft. Maar als je iets anders geeft, dan is dat veel minder duidelijk. Je kunt ook samen met anderen geld bij elkaar leggen om één mooi, groot cadeau te geven.
Zakaat:
Bij het Offerfeest gaat het om wat je kunt missen. Als je geen schaap kunt betalen, dan is dat niet erg. Je kunt ook iets anders offeren, bijvoorbeeld een kip. Ga in ieder geval nooit geld voor geschenken lenen. Het is altijd beter om te zorgen dat je helemaal geen schulden maakt, maar je komt snel in grote problemen als je geld gaat lenen om het meteen weg te geven. Pas ook op met achteraf betalen, bijvoorbeeld via Klarna. Dat is net zo goed een lening. Als je het niet terug kunt betalen, krijg je een boete, dus een nog grotere schuld. Veel mensen komen in de problemen omdat ze te veel achteraf willen betalen.